Hotel-Restaurant De Plantage


Hotel-Restaurant De Plantage
is gelegen in het district
Commewijne in Suriname

Contactadres:
Oost-westverbinding km 23.5
District Commewijne
Suriname
Telefoon: +597 (0)356567
Info@deplantagecommewijne.com
Paradijs binnen handbereik
Koffieplantage Montpellier aan de Orleanekreek
Volksnaam onbekend
Linkeroever in het afvaren
volgorde: Montpellier, Mariendaal (bij de Oost-West), Sans Souci, Mijn Geluk, Ma Retraite.

Plantage Monpellier (geel) op de kaart van Bakhuys en De Quant uit 1930.
De plantage Montauban (groen) vormde ooit een geheel met Monpellier. Later werd Monpellier geannexeerd door Mariendaal (groen). Aan de Orleanekreek was vroeger een aantal kleinere plantages gehuisvest, voornamelijk koffieplantages en kostplantages. Thans (2005) is daar niet veel meer van over, en alle plantages zijn volledig overgroeid. In dit bos zullen ongetwijfeld nog bewoningsrestanten verborgen zijn. Van de plantage Montpellier zijn – voorzover bekend – geen restanten bewaard gebleven. Maar de plantage gaat een nieuwe toekomst tegemoet in het toerisme.
Op een terrein van 11 hectare is een kleine toeristische oase aangelegd genaamd “De Plantage”, die de toerist werkelijk veel te bieden heeft.

Chronologie van de plantage Montpellier :
1764 - aanleg plantage
De plantages aan de Orleanekreek werden vanaf 1744 uitgegeven. Het was een gouvernementsverkaveling, waarop gegadigden konden inschrijven. De verkaveling bestond uit kleine en smalle percelen van elk 100 akkers, met een breedte van 10 ketting, te klein voor een normale productieplantage. Dat was dan ook niet de bedoeling ; de gedachte was om er kost te laten verbouwen, want een tekort aan kost was een veelvuldig terugkerend probleem in de kolonie. De verkaveling was tevens bedoeld om de “kleine man” ook een kans te geven in de planterij. Immers, voor de aanleg van een kostgrond was niet veel kapitaal nodig. De opzet mislukte echter ; binnen enkele jaren waren de meeste kavels samengevoegd tot middelgrote productieplantages. Jan Albus verkreeg in 1764 een grond van 200 akkers
“geleegen in de Orelijns kreek regterhand in 't opvaeren aen de bovenlijn van 't land toebehoorende Johannes Diederiksen”. Dit is de helft van de latere plantage Montpellier. Later werd er 200 akkers aan de grond toegevoegd zodat een productieplantage van 400 akkers was ontstaan. Naast Albus wordt dan als mede-eigenaar Elie Arabet genoemd. Maar Montpellier, grotendeels gelegen op een van de grote zandritsen die oost-west door geheel Suriname loopt, is waarschijnlijk nooit een succesvolle plantage geweest. Jan Albus was in 1751 in Suriname gearriveerd met het schip “Vreedenrijk” onder schipper Jan Laurids. In 1766 was hij administrateur van de plantages van gouverneur Crommelin, en boekhouder van de kerkelijke gerechtigheden. Er is iets met hem gebeurd. In een inventaris van 1767 van de plantages Montpellier en Montauban wordt vermeld dat hij “innocent” is, ofwel geestesziek. Hij overleed in 1768: “...1768-october 8 Debet Boedel Jean Albus - A kerkegerechtigheid voor 't begraven van hem selfs in de nw: oranje tuijn door de Gereformeerde Diaconie f 50,- ...” (registers gereformeerde gemeente). Na zijn dood werd de boedel afgewikkeld door zijn compaan Elie Arabet.
1767 – Elie Arabet
Jan Albus Elie Arabet arriveerde in 1751 in Suriname met het schip “Agatha” onder schipper Jurriaan Schouten. We zien hem in 1758 als directeur van de plantage La Campagne aan de Orleanekreek. Zes jaar later, in 1764, legde hij aan dezelfde kreek de plantage “Montauban” aan. Hij ging samenwerken met zijn buurman Jan Albus aan de overzijde van de kreek, eigenaar van de plantage “Montpellier”. Vanaf 1767 worden de plantages genoemd als 1 bedrijf. Toch hadden de twee plantages, met in totaal 43 slaven, geen grote waarde. In 1767 werden ze op F 48.292,- getaxeerd. In 1771 werd Arabet vermoord op zijn plantage door de groep van Boni. Het Gouverneursjournaal bericht hierover als volgt:
... Vrijdag den 5 Julij 1771 's Avonds heeft den Heer Gouverneur rapport bekoomen, dat een troep Wegloopers (apparent die zig tusschen Suriname en Commewijneophouden) de bovenste Plantage in de Orleijns Creecq hebben geattaqueerd en den eijgenaar Arabet vermoord. Dat egter de slaaven van gem: Arabet zig hebben geopposeerd, een der wegloopers hebben doodgeschooten, waarop zij de vlugt hebben genoomen, meede voerende drie neegers en twee negerinnen; de daar sijnde Officier heeft er eenige neegers daar men nog eenig vertrouwen op moet stellen agter aan gezonden, wijl 't water so hoog tusschen de ritsen staat, dat er geen blanken door kunnen....” Uit het verslag blijkt, dat de slaven waarschijnlijk niet hadden geparticipeerd in de voorbereiding van de aanslag. Dat was ongebruikelijk, maar gezien de geringe slavenmacht meende Boni dat dat niet nodig was. Het gevolg was dat de slaven zich verweerden, maar desondanks bereikte Boni zijn doel. Arabet werd gedood. Waarom eigenlijk ? Was hij een wrede meester ? Dat is niet duidelijk ; zijn slaven hebben getracht hem te beschermen. Arabet komt niet voor in de registers van de gereformeerde kerk. Dat is om twee redenen niet zo verwonderlijk : de registers vertonen wat hiaten, maar veel waarschijnlijker: Arabet is nooit getrouwd geweest, en zijn kinderen zijn nooit gedoopt. Plantagedirecteuren leefden over het algemeen in concubinaat met een van de plantageslavinnen. Dat werd zelfs aangemoedigd ; op die manier zou de directeur immers veel beter geinformeerd zijn over wat er onder de slavenbevolking omging. In de trouw- en doopregisters zouden we Arabet dus tevergeefs zoeken. Maar ook in de overlijdensregisters komt zijn naam niet voor, en dat is wel een beetje vreemd. Mogelijk was hij katholiek.
Na 1771 – veiling ; Johannes Diederichsen
Ten tijde van de overval waren Montpellier en Montauban verhypothekeerd bij het negociatiefonds Harman van de Poll &compagnie. Na de overval waren de plantages niet meer in staat de benodigde rente en aflossing te betalen, en werden uiteindelijk voor een gering bedrag geveild. (Stipriaan 1993, 221). Montpellier kwam in handen van de familie Diederichsen, eigenaar van buurplantage Mariendaal, en Montauban werd gekocht door Aubin Nepveu, de eigenaar van plantage Vrouwenvlijt, meer stroomafwaarts aan dezelfde kreek. De bedoeling was dat ze zou functioneren als kostplantage voor Vrouwenvlijt, maar dat bleek geen succes, vanwege de zandritsen. De administrateurs van Vrouwenvlijt klagen in 1787 :
“... Alzoo mr: F: E: Becker & C: Pache als administreerende de plantagie VrouwenVlijt in de Hoer Helena creecq geleegen, aan ons bij requeste hebben te kennen gegeeven dat wijlen den vorigen eijgenaar mr: Aubin Nepveu, ontwaar wordende dat kost landen zou komen te manqueeren, hadde versogt en geobtineerd een stuk land van 200 akkers 't geen genaamt is de Hulp, gelegen aan 't boveneinde van 't canaal aan gemelde creecq, en daarna door zijne erven nog waarbij gekogt een stuk van 400 akkers genaamt Montouban, dat een concessie is geweest aankomende wijlen Arabet ; dan dat die 600 akkers zodanig met zandritsen bevonden zijn doorsneeden dat er weinig strookjes tamelijk land tusschen beide lopen, en die met weinig of geen succes tot kost kunnen gecultiveerd worden ...”
1780 – boedel weduwe Johannes Diederichsen-Haas (inventaris 1780)
Johannes Diederichsen was eigenaar van de plantages Mariendaal en Montpellier. Hij was gehuwd met Maria Hass. In 1778 overleed hij op zijn plantage Mariendaal :“.... 1778-maart 11 Debet Boedel Johannes Diederichse - Aan kerkegeregtigheid voor 't bekentmaken van 't overleijden van hem zelfs op de plantagie Mariendaal in de Hoer Helena Creecq f 9,-
....”In 1780 was Montpellier een kleine plantage met maar 8 slaven. Er werd niet eens een marktproduct verbouwd, mogelijk was er wat kost. De boedel Diederichsen was de eigenaar. Maria Hass, weduwe van Johannes Diederichsen, was in 1780 op de plantage overleden :“... 1780-october 1 Debet Boedel Maria Hass laast weed: Johannes Diederichsen - Aan kerkegeregtigheid voor 't bekentmaken van 't overleijden van haar zelfs op den 22 september h: a: op de grond Monpellier in de Hoer Helena creecq f 7,10 ...” De erfgenaam van de plantages was Ernst Coenraad Runge. Hij was “delibererend”, wat wil zeggen dat de plantage met schuld was belast en de erfgenaam bezig was te onderzoeken of het de moeite waard was om de erfenis te accepteren.


Geschiedenis
History..